Praktijkperikelen: Verhalen uit de Huisartsenpraktijk: “Is het gebroken of niet? De triage bij een verzwikte enkel

Is mijn enkel gebroken? De kunst van triage bij een verstuikte enkel

Het is halverwege de avond als de telefoon op de huisartsenspoedpost gaat. Aan de lijn een vrouw, bezorgd maar kalm. Ze vertelt dat ze die middag haar enkel heeft verzwikt tijdens het wandelen. Ze hoorde geen knak, maar de enkel is dik, pijnlijk en ze kan er moeilijk op staan. Haar vraag is duidelijk: “Moet er een foto gemaakt worden? Zou het gebroken kunnen zijn?”

Als triagist is het mijn taak om op basis van klachten, symptomen en inschatting van urgentie te bepalen wat de juiste vervolgstap is. We voeren samen het gesprek. Ik stel gerichte vragen: Kunt u er nog op staan? Is de enkel direct dik geworden? Hoe is de kleur? Staat de enkel in een vreemde stand? Hoe is het gevoel? Heeft u nog iets anders bezeerd?

Ze vertelt dat ze er wel even op heeft kunnen staan en lopen, maar het was pijnlijk. De zwelling kwam vrij snel op, maar de stand van de enkel is normaal. Geen rare knik, geen gevoelloosheid, geen blauwe plekken tot aan de tenen. Geen andere klachten of iets anders bezeerd. Ze heeft gekoeld en rust genomen.

Tijdens het gesprek merk ik dat ze haar verhaal goed kan vertellen, de pijn onder controle is met paracetamol en dat er geen alarmsignalen zijn die wijzen op direct een beoordeling op de Huisartsenspoedpost.

De verwachting: verstuiking, geen spoedfoto nodig

Hoewel de enkel flink gezwollen is en het pijnlijk is om erop te staan, past het klachtenbeeld het meest bij een verstuiking. Dat betekent dat de banden van de enkel opgerekt of licht beschadigd zijn, wat vaak gepaard gaat met zwelling, stijfheid en pijn. Het is een veelvoorkomende blessure. In de meeste gevallen is er geen sprake van een botbreuk.

“U hoeft vandaag niet naar de huisartsenpost te komen. De kans op een breuk is klein. Het is belangrijk om de enkel te koelen, hoog te leggen en te ontzien. Zorg dat u de paracetamol op vaste tijden inneemt, u mag lopen; op geleide van de pijn.
Als u twijfelt of het niet verbetert in de komende dagen, dan kan de huisarts alsnog beoordelen of een röntgenfoto nodig is.”


Ook leg ik haar uit dat de klachten de volgende dag zullen toenemen en het belang van pijnstilling en rust hierin.

In dit soort gesprekken draait het niet alleen om medische inschatting. De echte hulpvraag is vaak breder dan “is het een breuk?”. Mensen willen weten of ze goed handelen, of ze iets over het hoofd zien, of ze zich zorgen moeten maken. Een deel van mijn werk is dus ook geruststellen, uitleggen wat ze kunnen verwachten en wanneer ze wél contact moeten opnemen.

Ik sluit het gesprek af met praktische adviezen en benoem nogmaals wanneer ze een afspraak bij de eigen huisarts moet maken als de pijn na een paar dagen niet verbetert of als er nieuwe klachten ontstaan. De vrouw bedankt me en klinkt merkbaar opgelucht.

Voor mij is het een mooi voorbeeld van hoe triage werkt: op afstand inschatten, filteren wat nodig is, en mensen ondersteunen in het nemen van de juiste beslissing. Niet elk dik gewricht vraagt direct om een foto – soms is een goed gesprek voldoende.