Praktijkperikelen: Verhalen uit de Huisartsenpraktijk: “Is het gebroken of niet? De triage bij een verzwikte enkel
27-01-2026 -De stem van de moeder trilt een beetje als ze begint te praten. Het is laat, haar dag zit er al lang op. Die van mij ook bijna maar dit soort telefoontjes maken me meteen weer scherp.
“Ze zegt dat haar buik pijn doet… en ze huilt als ze moet plassen.”
Ik leun iets naar voren in mijn stoel. Dit is zo’n zin die ik vaak hoor maar die elke keer weer anders voelt. Want achter die woorden zit een kind. En een ouder die zich afvraagt of ze het wel goed doet.
Het meisje is vijf. De buikpijn begon vanmiddag, eerst vaag, nu steeds duidelijker. Ze is hangerig, wil niet slapen. Elke keer naar de wc is een drama. Terwijl de moeder vertelt, hoor ik op de achtergrond een zacht jammerend stemmetje. Dat ene geluid maakt het ineens heel echt.
Ik stel mijn vragen, zoals altijd. Gestructureerd, rustig. Maar in mijn hoofd zie ik haar al zitten op de rand van het bed, knietjes opgetrokken, met die blik die kinderen hebben als ze het niet meer snappen. Buikpijn is al moeilijk maar pijn bij het plassen is ronduit eng. Zeker als je vijf bent.
De moeder excuseert zich dat ze zo twijfelt. “Misschien stel ik me aan hoor” Dat raakt me. Want nee, ze stelt zich niet aan. Ze belt omdat haar moedergevoel alarm slaat. En dat gevoel neem ik altijd serieus.
Geen hoge koorts. Niet gespuugd. Wel een meisje dat haar plas probeert op te houden omdat het pijn doet. En een buik die steeds vaker en langer zeer doet. In mijn hoofd weeg ik alles af. Het is zelden zwart-wit.
Ik wil niet onnodig laten komen maar ik wil dit kind ook niet onderschatten.
Ik vraag hoe haar dochter normaal is. “Druk,” zegt de moeder. “Ze kletst altijd en nu ligt ze alleen maar.”
Dat is het moment waarop ik weet: dit wil ik laten zien. Niet morgen, niet afwachten. Nu. Ik vertel dat ze langs mogen komen. Dat we haar even nakijken, voor de zekerheid. Ik hoor opluchting. Soms is dat het enige wat iemand nodig heeft.
Na het gesprek blijf ik nog even zitten. Ik denk aan hoe vaak buikpijn bij kinderen ‘gewoon’ buikpijn is. En hoe het soms net iets meer blijkt te zijn. Dit werk zit niet alleen in protocollen, maar in luisteren. Echt luisteren.
De telefoon gaat opnieuw. Een nieuwe stem, een nieuw verhaal. Maar dit meisje neem ik mee in mijn hoofd. Zoals zovelen. Want achter elke triage zit een kind dat vertrouwt op volwassenen. En een ouder die hoopt dat wij het juiste doen.
En dat hoop ik ook. Elke dienst weer.